Nederlands - Nederland
inZaken  »  Hongarije  »  Archief
 

Special Miskolc; een stad in herstel

 based on 2 votes. You need to be logged in to rate an article.

Gepubliceerd door: Raissa Bemelmans Gepubliceerd op: Thursday 01 June 2006, 15:22

Miskolcis, wanneer de periferie wordt meegerekend, na Boedapest de grootste stad van Hongarije en een belangrijk industrieel centrum. Meer dan honderd fabrieken, onder andere staal, cement en levensmiddelen, met bijbehorende arbeiderswijk en hebben het laatste stukje steden schoon allang geleden naar de achtergrond gedrongen


Miskolc werd in de 15e eeuw een zelfstandige stad. De veelvuldige invallen door Mongolen in de 13e eeuw, Turken in de 16e en 17e eeuw en de Duitsers in de 17e en 18e eeuw) waren bepalend voor de geschiedenis van de stad. De industrialisatie ving aan in de tweede helft van de 19e eeuw. Bij het Verdrag van Trianon stond Hongarije de industriesteden en spoorlijn af aan Tsjecho-Slowakije. Vervolgens ontwikkelde de Hongaarse overheid tussen de tweewereldoorlogen in dit gebied een industriestad, die onder het communistische regime verder tot bloei kwam. De eerste fabrieken verrezen en snel groeide de stad dicht, zeker na 1950, toen het accent werd gelegd op de zware industrie.

In Miskolc vielen na de omwenteling van eind jaren ‘80/ begin jaren ‘90 harde klappen. Veel bedrijven moesten sluiten en de werkloosheid nam snel toe.

 

Bezienswaardigheden

Bezienswaardigheden zijn de Avas Gereformeerde kerk (15e eeuw), de restanten van het kasteel uit de 13e eeuw en een museumwaar zich Scythian-kunst bevindt. De stad heeft tevens een rechten universiteit en een technische universiteit. Als we afgaan op het aantal bezienswaardigheden, lijkt Miskolceen van de aantrekkelijkste steden van Hongarije. Niets is minder waar. De stad is van een onthutsende troosteloosheid. Meer dan honderd fabrieken, waarvan er na de omwenteling talloze leeg zijn komen te staan, met bijbehorende grauwe arbeiderswijken hebben het laatste stukje steden schoon al lang geleden naar de achtergrond gedrongen.

Miskolc omvat naast de eigenlijke stads kern onder aan de heuvel Avas de geannexeerde voorstad Diósgyőr, de bronnenbadplaats Miskolc-Tapolca, het mooi gelegen Lïllafüred en een handvol andere dorpen. Het zijn juist die ‘plaatsen’ die Miskolc toch nog bezienswaardigmaken: de burcht, de grotten en de heuvels aan de rand van de stad leiden de aandachteven af van het ware karakter van het verpauperde Miskolc, dat tot het einde van de 18e eeuwnauwelijks een rol van betekenis speelde. Toen verrees de eerste (papier)fabriek en groeide destad dicht, zeker na 1950, toen het accent werd gelegd op de zware industrie.

Dat beleid blijkt achteraf fatale gevolgen te hebben. Miskolc ondergaat nu een grondige opknapbeurt, met name rond de autovrije Széchenyi Istvan utca in het centrum van de stad.

 

Miskolc – centrum

Het centrum van Miskolc kent de volgende bezienswaardigheden: Avasi református templom (Toronyalja utca). In 1365 wordt Miskolc in een document genoemd als een marktplaatsje in het bezit van de heren van Diósgyőr. Het beschikte over een laatromaanse kerk, die op de heuvel Avas stond. Hieruit ontstond de huidige hervormde kerk, die in de periodes 1365-1411 en 1470-1489 belangrijke uitbreidingen onderging en na een brand in 1544 bijna geheel moest worden herbouwd. Na de overdracht aan de protestantse gemeente werd het interieur flink aangepakt, waarbij onder meer een netgewelf verloren ging.

De barokisering is eigenlijk beperkt gebleven tot het voorportaal. De rest van de kerk ziet er nog gaaf gotisch uit. Het interieur is sober naar de normen van het calvinisme. Het enige ware kunststuk is het door een Italiaan vervaardigde koorgestoelte, dat afkomstig is uit de burchtkapel van Diosgyőr. Tegenover de kerk staat een houten klokkentoren (1544) op een stenen fundament. Hij wordt bekroond door een zeshoekig piramidedak.


Harangtorony (Mendikás)

In talloze, uitgehakte kelders onder de top van de Avas wordt al sinds honderden jaren wijn opgeslagen. Op de 203 meter hoge heuvel staat een telecommunicatietoren (71 m); rond het onderste deel is een cafetaria gebouwd. Boven hebt u een weids uitzicht over de woonkazernes en de stilgelegdefabrieken, maar ook over het bosrijke Bükkgebergte. Herman Ottó-múzeum De voormalige hervormde school werd verbouwd tot een barok herenhuis, waarin nu de collecties worden uitgestald van het gemeentemuseum. Belangrijke museumstukken zijn enkele fragmentenvan verdwenen kerkgebouwen uit de regio en neolithische vondsten. De laatste zijn vaak het resultaat geweest van onderzoek door de naamgever van het museum.

 

Minorita templom

G.B. Carlone, een van de grote barokarchitecten in Hongarije, bouwde in de deperiode 1729-1734 een kerk voor de orde der minderbroeders. Tot de interieurstukken behoorden een fraaie rococo preekstoel en barokke koorbanken. Alajos Sajósy kopieerde Titiaans Hemelvaart van Maria voor het altaarstuk. Megyei tanácsház.

Het provinciehuis behoort tot de stijlperiode van het classicisme. Het kwam gereed tussen 1809 en 1836. Een ouder deel dateert al van 1727. Ertegenover staat het barokke raadhuis. Magyar orthodox templom. Ook de kerk van de Griekse en Servische immigranten laat weer een mooie combinatie zien van barokke architectuur en Byzantijnse interieurkunst. De iconostase is het zoveelste pronkjuweel van meestersnijder Jankovich. In het gebouw ernaast is een museum voor orthodoxe religieuze kunst ingericht. De kopie van de icoon van de Zwarte Madonna van Kazan (Tatarstan) was een geschenk van tsarina Catharina II bij een bezoek aan de stad, op doorreis naar Wenen. Mindszenti templom. De Allerheiligenkerk of parochiekerk van debinnenstad is opnieuw een schepping van Carlone. Rákóczi-ház. De plaatselijke residentievan de aristocratische familie die zulke fameuze revolutionairen voortbracht, dateertvan het einde van de 18e eeuw.

Tegenwoordig heeft de stadsgalerie hier haar kantoor en expositieruimte. Omgeving van Miskolc Boven de wijk Diósgyőr in het westen van de stad troont de ruïne van de met vier torens uitgeruste burcht. Onder meer de koningen Lajos de Grote en Mátyás Corvinus droegen bij aan de bouw van de vesting. Nadat de burcht eind 17eeeuw werd vernield, diende ze als leverancier van bouwmateriaal. De binnenplaats van de burcht heeft een goede akoestiek. In de zomer kan men er concerten en theaterstukken bijwonen. Naast de burcht ligt een klein openluchtzwembad.

 

Lillafüred

Vanuit Diósgyör rijdt u door het dal van de rivier de Szinva naar het in het Bükk-gebergte gelegen kuuroord Lillafüred. In een park ligt een waar sprookjeskasteel, het Palasthotel(Hotel Palota), een luxueus hotel uit de jaren ‘30, dat tijdens het communistische tijdperk dienst deed als gastenverblijf voor functionarissen. Niet ver van het hotel zijn een paar druipsteengrotten. In de Szeleta-grot, die in een wandeling van een uur is te bereiken,vindt u overblijfsels van mensen uit de ijstijd. 7 km ten zuidwesten van Miskolc ligt het kuurbad Miskolc- Tapolca. De licht radioactieve, 30 ºC warme bronnen, die al inde middeleeuwen bekendheid genoten, helpen bij klachten van het zenuwstelsel, de maag en darmen. De badcomplexen bestaan uit twee binnenbaden, een buitenbad en een bad in een grot. Nationaal park Aggtelek Zo’n 60 km ten noorden van Miskolc ligt een van de wildste enmeest afgelegen streken van Hongarije, het Nationaal Park Aggtelek.De kleine, rustige dorpen en vredige, groene dalen zijn perfect voor iedereen die de drukte van het massatoerisme wil ontvluchten. Aggtelek zelf is een klein dorp. De meeste bezoekerskomen hier voor het grottenstelsel.

Met een lengte van meer dan 22 km is het de grootste van Europa. De grootste stalagmiet van de wereld (25 m) staat in de Baradla- grot, die deel uitmaakt van het Unesco-wereldnatuurgoed. De grot kan vanuit Slowakije (daar heet ze Domica-grot), vanuit Aggtelek en vanuit het naburige Jósvafö worden bezocht. Het Zemplén-gebergte Zemplén is de laatste bergketen op de rit door het noordoosten van Hongarije en in meer dan één opzichten de interessantste. In het zuiden strekken zich zonovergoten, vruchtbare heuvels uit, terwijl het noorden met de Nagy-Milic (894 m) op het Bükk-gebergte lijkt. De weg naar het Zemplén-gebergte voert over hoofdweg 37 van Miskolc naar Szerencs.

In deze stad werd in 1605 István Bocskai, leider van de Hajdoeken tegen de Habsburgers en de Turken, tot troonopvolger uitgeroepen. Deze gebeurtenis vond plaats in het kasteel van de familie Rákóczi, waar nu een museum over de plaatselijke geschiedenis en een grote collectie ansichtkaarten te vinden zijn. Iets naar het noordwesten ligt Monok, een dorp met 2.000 inwoners, waar twee van de grootste Hongaarse leiders zijn geboren. De eerste was Lajos Kossuth, wiens geboortehuis in een museum is veranderd, de tweede was de laatste socialistische minister-president Miklós Németh, die in het historische jaar 1989 het roer in het land overnam.


Bükk-gebergte

Het bosrijke heuvellandschap tussen Eger en de grote stad Miskolc is een geliefd recreatiegebied, waar vooral de bewoners van Miskolc ontspanning zoeken.

De centrale hoogvlakte, met beukenbossen die rijk aan wild zijn, en de mooiste delen van het gebergte vormen het Nationaal Park Bükk (Bükki Nemzeti Park). Tokaj – beroemd door de wijn ‘De wijn van koningen en de koning onder de wijnen’ werd de Tokajer genoemd, die groeit in het zuiden van het Zemplén-gebergte. Er zijn verschillende soortenTokajer-wijn. Een bijzonder droge soort komt in de buurt van een droge sherry. De regio Tokaj dankt haar naam aan een klein, ooit welvarend dorp. Aan hoofdweg 37 waar de Tisza en Bodrog bij elkaar komen, ligt Tokaj. De plaats biedt volop gelegenheid om u te verdiepen in de wijn en de wijngeschiedenis, speciaal in het wijnkeldermuseum in de Petöfi utca en in het Tokaj-museum in de Gábor Bethlen utca.

 

Sárospatak

Meer naar het noorden, in Sárospatak is de atmosfeer weer serieuzer. Het protestantse collegium, waar vooraanstaande personen als Kossuth, Kazinczy en Csokonai Vitéz studeerden, opende in 1531 zijn deuren en werd een belangrijk calvinistisch centrum. De uit Moravië afkomstige pedagoog Johann Amos Comenius doceerde er vier jaar lang. De bibliotheek bezit nog meer boeken dan de bibliotheek in Eger, maar het illusionistische fresco kan niet tippen aan dat van Eger. Binnen de muren van de voormalige burcht staat een kasteeldat wordt gekenmerkt door een zeldzame mix van renaissance barokelementen.

De basis bestaat uit een vierkante rode toren uit vijf verdiepingen (mooi uitzicht over de vlakte) en stond er al in de 16e eeuw. Oorspronkelijk behoorde het slot de familie Perényi toe, later kwam het in handen van de Rákóczis, die het beroemd en berucht zouden maken. In de ‘ondervier ogen-kamer’ zweerden Ferenc I Rákóczi en zijn kompanen hier in 1670 tegen de Habsburgers samen. Ook zijn zoon Ferenc II, leider in de vrijheidsstrijd tegen de Habsburgers (1703-1711), riep hier in 1708 de laatste landdag bijeen. Nog later ging het slot over inhet bezit van de familie Windischgrätz. Nu worden er in het kasteel vlaggen en wapentuig tentoongesteld. Tegenover het slot staat hotel Borostyán, ooit een Dominicaans klooster, waarvan de cellen van de monniken in kamers zijn omgetoverd en waarvan de voormalige kapel nu dienst doet als restaurant. Midden in deze protestantse gemeente staan een katholiekekerk en een museum waarin religieuze voorwerpen worden tentoongesteld.

In de stad vindt u drie zeer bezienswaardige voorbeelden van moderne architectuur uit de jaren ‘70/80. Van Imre Makovecz zijn het cultuurhuis en de Arpád Vezér-school, zij hebben een zeer moderne en tegelijk zeer organische en natuurlijke stijl. Ernaast bouwde een leerling van Makovecz, Ervin Nagy, een origineel woon- en winkelcentrum. Een excursie naar de hooggelegendelen van het Zemplén-gebergte brengt u naar interessante dorpjes. Sátoraljaújhely is de geboorteplaats van Ferenc Kazinczy, de ‘vernieuwer van de Hongaarse taal’. Nog noordelijker komt u langs Füzér, waar de burcht van Perénhyi met haar hoge ramenals een dunne naald uit het vulkanisch gesteente omhoogsteekt. Hollóháza staat bekend om zijn aardewerk. Een rondleiding door de fabriek (met museum) laat u kennismaken met de schoonheid van de oude modellen en kleuren. Telkibánya is in het bezit van een museum met een bezienswaardige collectie aardewerk, porselein en mineralen uit de omgeving. Uit Gönc komen de eikenhouten vaten waarin de Tokajar wordt bewaard.

De sacristie van de kerkin het kleine dorp Vizsoly bewaart een replica van de eerste bijbel in het Hongaars. Het orgineel werd vertaald door Gáspár Káspár Károlyi, een predikant uit Gönc, en Bálint Mantskovits drukte het werk in 1950 in Vizsoly. In Felnémet, 4 km ten noorden vanEger, begint een kronkelweg, die in eindeloze bochten naar Miskolc (56 km) klimt. Onderweg vindt u overal parkeergelegenheden om in alle rust te genieten van het panorama van de bergen. Een andere weg in het Bükk-gebergte voert van Eger noordwaarts naar Szilvásvárad. Op de rit er naartoe kunt u een pauze inlassen in Bélapátfalva. Een ongeasfalteerde weg voert naar de voet van de berg Belkö, waarop een Romaanse kloosterkerk staat, de enige bewaard gebleven cisterciënzer kerk in Hongarije. Het bouwwerk dateert oorspronkelijk uit de 13e eeuw en is van buiten sober. Ook het barokke interieur is echt zuinig. De Kerk dankt zijn charme aan de afgelegen ligging.

 

Team HiZ: LV, ©

Bron: Spectrum.nl / Nellis

ANWB gids / Schuring

Eerder gepubliceerd in HongarijeinZaken editie 7. Bestellen?

 based on 2 votes. You need to be logged in to rate an article.

reacties

plaats een bericht

u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter