Nederlands - Nederland
inZaken  »  Hongarije  »  Archief
 

Kansen voor agrobusiness, maar niet op een presenteerblaadje

 based on 1 votes. You need to be logged in to rate an article.

Gepubliceerd door: Raissa Bemelmans Gepubliceerd op: Thursday 30 April 2009, 10:26

 Hongarije: een wereld te winnen

Sinds de toetreding tot de EU in 2004 is Hongarije nog volop in beweging om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. De landbouw heeft van oudsher een sterke positie, maar na de omwenteling in 1989 zijn de kussens krachtig opgeschud. Vooral de veehouderij liet een sterke terugval zien, terwijl de akkerbouw weer een langzame maar gestage groei vertoont. Verschillende Nederlandse ondernemers lieten zien dat er ook voor hen kansen zijn, maar aan het succes gaat een forse inspanning vooraf.


De ontwikkeling van Hongarije sinds de toetreding tot de EU is niet los te zien van de vroegere situatie: het communisme, de omwenteling van 1989 en de overgang naar een markteconomie. Na de omwenteling is de bestaande sociaal-economische structuur op het platteland ingrijpend veranderd: de landbouwproductie vond in de communistische tijd plaats op grootschalige staatsbedrijven en coöperaties, met daaromheen als satellieten de vele kleine bedrijfjes van de werknemers. Deze kleine bedrijfjes kregen hun grondstoffen en zaaigoed van het grootlandbouwbedrijf en leverden hun product daar aan terug. De productie van deze kleine bedrijfjes betrof evenwel een aanzienlijke bijdrage aan de totale productie en ondanks de tekortkomingen van dit systeem waren er wel degelijk technische ontwikkelingen. Zo was de Hongaarse varkenshouderij in de jaren 80 zeer modern, ook in vergelijking met Nederland. Met de introductie van een markteconomie zijn de afzetkanalen via de overheid weggevallen. Bedrijven moeten zich zien te ontwikkelen zonder veel kennis en ervaring op het gebied van marketing en met zeer beperkte financieringsmogelijkheden. En de recente verhoging van de basisrente van de Hongaarse centrale bank naar 11,5% maakt het er voor hen niet gemakkelijker op. Dan is er voor de landbouw nog het probleem dat alleen privé -personen landbouwgrond in eigendom kunnen verwerven en dan nog met een maximum van 300 hectare per persoon. Buitenlanders zijn daarvan uitgesloten en kunnen geen grond verwerven, een situatie waaraan pas waarschijnlijk in 2013 een einde zal komen. Dit betekent dat grond moet worden gepacht van de overheid (voormalige staatsbedrijven) of van soms honderden kleine eigenaren met elk maar enkele hectares (voormalige coöperaties). Het grondeigendom op naam van bedrijven is momenteel een politiek discussiepunt. Dat buitenlandse  investeerders geen landbouwgrond kunnen kopen, remt de introductie van nieuwe technologie en marketingmethoden. Gunstige aspecten van de Hongaarse situatie zijn de open economische structuur, de ligging ten opzichte van de overige Oost-Europese afzetmarkten en het grote areaal landbouwgrond. Hongarije is in politiek opzicht een stabiel land en de zakelijke markt staat doorgaans positief tegenover buitenlandse investeerders; samenwerking met buitenlandse partners wordt gezien als de manier om exportmarkten te creëren, nieuwe technologieën te introduceren en bedrijfskapitaal te verwerven.

 

Retail opvallende uitschieter

Een positieve uitschieter in deze toch wat zwaarmoedige algemene teneur is de retail. Met de komst van een waaier van internationale ketens heeft deze zich heel snel ontwikkeld. Tesco, Auchan, Spar, Penny, Lidl, Metro, Cora/Delhaize en ALdi hebben zich in Hongarije gevestigd. Maar ook de lokale ketens ontwikkelen zich snel, zoals CBA, Coop en Real. Ondanks de komst van deze super- en hypermarkten is er evenwel nog steeds plaats voor kleine buurtwinkels: de automobiliteit van de bevolking is beperkt en de winkel om de hoek is dan de aangewezen locatie voor de dagelijkse boodschappen. Daar komt bij dat de overheid het voeren van lokale producten stimuleert, mits voldaan wordt aan eigentijdse leveringsvoorwaarden en dat is voor lokale leveranciers niet steeds eenvoudig. Er is dan ook een grote behoefte aan verbetering van de bedrijfsstructuur van toeleveranciers en detailhandels, met aandacht voor hoeveelheid, kwaliteit, tijdige levering, et cetera. De zwakke positie van de verwerkende industrie betekent bovendien dat de afzet voor de landbouwbedrijven risicovol is en tijdige betalingen niet steeds vanzelfsprekend zijn. Toch zijn er wel degelijk kansen voor goede ondernemers in de landbouw. Dit wordt aangetoond door enkele Hongaarse investeerders en buitenlanders die zich hier hebben gevestigd.

 

 EU grootste afnemer

Dat Hongarije kansen biedt voor de agrosector is te danken aan de goede landbouwkundige potentie van de grond, het gunstige klimaat en de centrale ligging in een zich snel ontwikkelend deel van Europa, met bovendien aanzienlijke Hongaarse minderheden in de buurlanden. De Hongaarse markt zelf is klein, maar kwaliteit wordt gewaardeerd. Voor de omwenteling in 1989 ging het grootste deel van de agrarische export naar de Sovjet Unie, waar ook een markt was voor de mindere kwaliteiten. Die afzet is begin jaren 90 sterk teruggevallen toen Rusland kampte met betalingsproblemen en Hongarije de leveringen staakte. De exportpositie van destijds heeft Hongarije maar zeer ten dele kunnen terugveroveren en inmiddels is de Russische markt totaal veranderd. De export richt zich nu sterk op de Europese Unie, die met 70% van de agrarische export het belangrijkste afzetgebied is in dit segment. De agrarische handelsbalans met de EU vertoont sinds de toetreding evenwel van jaar tot jaar een dalend overschot, met name door de groeiende import. Een ander belangrijk voordeel is dat de productiekosten in zowel akkerbouw,veehouderij als tuinbouw relatief laag zijn. Voor de akkerbouw is de ontwikkeling van de veehouderij belangrijk, als afnemer van grondstoffen voor diervoeders. Door de hoge transportkosten bij export is de graanmarkt vooral lokaal. Gezien het productieoverschot in Hongarije en de hoge transportkosten ligt de graanprijs in Hongarije doorgaans enkele tientallen euro's lager dan in Rotterdam.

 

Akkerbouw bescheiden groeier

De akkerbouwsector is veruit de belangrijkste sector van de Hongaarse landbouw en laat sinds 2004 weer een bescheiden groei zien. Dit als gevolg van het EU-landbouwbeleid: de directe betalingen per hectare en de graaninterventie, die nu overigens afgebouwd wordt. Verder speelt nu, voor zolang het duurt, de vraag naar bio-energie. De belangrijkste producten zijn granen (tarwe en maïs). Het areaal granen is van jaar tot jaar stabiel en bedraagt circa 2,8 miljoen hectare, bijna 60% van het totale akkerbouwareaal. Daarna volgen oliehoudende zaden (zonnebloem,  koolzaad) met circa 600.000 - 700.000 hectare. Om te voldoen aan de vraag naar grondstoffen voor bio-energie groeide het areaal koolzaad de afgelopen jaren van 70.000 naar 250.000  hectare. Het suikerbietenareaal is in de laatste jaren enigszins ingekrompen, onder meer door herstructurering in de suikerindustrie ten gevolge van het EU-beleid en de daarmee samenhangende sluiting van een reeks suikerfabrieken. De aardappelproductie is met 0,5% van de akkerbouwareaal van gering belang voor de akkerbouwsector en aardappelverwerking vindt nauwelijks plaats. Grootschalige veehouderij Afschaffing van nationale subsidies, hoge voederprijzen en gebrek aan financieringsmogelijkheden om de sector te moderniseren, maken het voor kleine veebedrijven bijzonder lastig om het hoofd boven water te houden, maar degenen die kans zien de afzet goed te organiseren en de kosten te beheersen, zijn in staat om goede rendementen te behalen. Zo vestigde zich in 1992 met succes het van oorsprong Nederlandse bedrijf Hunland Trade. Hunland heeft als hoofdactiviteit de import en export van vlees en vee - waaronder rundvee, varkens en lammeren - en veetransport. Het bedrijf ontwikkelde zich voorspoedig en heeft nu vestigingen in Roemenië, Slowakije, Servië, Griekenland en Nederland en heeft bovendien een melkveebedrijf met circa 1.000 melkkoeien en een vleesveebedrijf met 12.000 tot 14.000 stieren en kalveren. "De Hongaarse melkveehouderij bestaat vooral uit grote bedrijven, van gemiddeld 400 stuks melkvee per bedrijf, maar met veelal verouderde en inferieure technologie en  bedrijfsuitrusting", zo schetst Suzanne Janssen, algemeen directeur van Hunland: "Wat we signaleren is dat de bedrijven voortdurend groter worden en dat kleine bedrijven, met minder dan 100 dieren, afvallen. Bij de grotere bedrijven daarentegen wordt er volop gebouwd en gemoderniseerd mede dankzij EU-subsidies. Dit levert absoluut mogelijkheden op voor het Nederlandse agrobedrijfsleven. Te denken valt dan aan stalinrichting, technologie en kennis. Vooral in de varkenshouderij is een achterstand in te halen". Ook voor Nederlandse boeren ziet Janssen kansen in Hongarije, maar met een kanttekening: "Boeren die hier iets willen beginnen doen er wel verstandig aan om zelf aanwezig te zijn bij de bedrijfsvoering en zich hier te vestigen en niet, zoals soms gebeurt, het bedrijf te leiden op afstand, vanuit Nederland."

 

Met dank aan de volgende personen voor het samenstellen van het  oorspronkelijke artikel:
Jaap Holwerda, László Iványi en Jelle Landstra (LNV-afdeling Boedapest)


Eerder gepubliceerd in HongarijeinZaken editie 15. Bestellen?

 

 based on 1 votes. You need to be logged in to rate an article.

reacties

plaats een bericht

u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter