Nederlands - Nederland
inZaken  »  Hongarije  »  Archief
 

Röghözkötött of viszlát in Hongarije deel 1

 based on 1 votes. You need to be logged in to rate an article.

Gepubliceerd door: Raissa Bemelmans Gepubliceerd op: Wednesday 07 January 2009, 11:48

Het klimaat heeft mediterrane trekjes, de bevolkingsdichtheid is prettig laag, het landschap bestaat grotendeels uit natuurgebieden in glooiend terrein en files en bedrijventerreinen met zichtlocatie zijn nog onbekend. Mocht iemand Het Dorp van Wim Sonneveld willen voorzien van passende couleur locale, inclusief ‘kar met paard', dan is dat hier in het zuidwesten van Hongarije geen enkel probleem. Een reportage in twee delen. Nu het eerste deel, het tweede deel verschijnt in het volgende nummer van Hongarije in Zaken.

 

Ook de paarden

Twee grote pannen zonder deksel borrelen op de houtgestookte kachel. Af en toe roert een vrouw erin. Het is nog geen negen uur in de ochtend. Aan weerszijden van de kachel twee weldoorvoede katten. Het vermoeden rijst dat hier met kookpan en katten het aantal kippen in de hand wordt gehouden. Vele kippenbotjes liggen buiten tussen een twintigtal magere rondscharrelende kippen. Alle zes volwassenen zijn verzameld in het hart van het huis, de keuken. Het huis telt zeker vijf kamers, rommelig en donker, in elke kamer een bed. Ook in de keuken, daar is het bed eigenlijk meer een divan met donker geblokt kleed, overdag handig als bank. Het achterste vertrek blijkt stal. Vier paarden staan er naast elkaar, elk vastgebonden aan een ring in de muur. Deels beschimmeld hooi ligt tussen hen in. Mochten we belangstelling hebben: ook de paarden zijn te koop. Dat zal de vraagprijs dan verhogen tot omgerekend ruim 10.000 euro. Zoals dit dorp zijn er tientallen. Verreweg de meeste huizen zijn rechthoekig met aan de ene lange zijde ramen en deuren die uitkomen op een galerij gesteund door fraaie houten pilaren. De andere lange zijde is helemaal gesloten. Privacy van en naar de achterburen is een groot goed. Daar zomaar ramen en deuren in aanbrengen om meer licht in huis te krijgen, is in principe niet toegestaan. De huizen in de straat staan naast elkaar, allemaal met de korte zijde naar de weg en de lange blinde muur telkens naar rechts of naar links. Blinde muren wijzen praktisch altijd naar het noorden.


Die eerste dag staan een stuk of acht huizen op het programma. Het is een kennismaking met het Hongaarse platteland in de provincies Tolna, Somogy en Baranya in het zuidwesten. De huizen ademen nog de sfeer van de jaren vijftig, zestig van de vorige eeuw. Kasten op naar buiten staande pootjes, formica tafels met plastic kleden, veel donkerbruin. Geen centrale verwarming, wel tegelkachels wat houtvoorraden noodzakelijk maakt. Slechts de helft van de dorpen beschikt over aardgas. Wel is er stromend water - net zo drinkbaar als in Nederland - en elektriciteit. Internet is er ook, aan beschikbaarheid en snelheid wordt gewerkt.

 

Pension

Met zware tred komt Károly, de pensionhouder, de trap op. In de ene hand borden en bestek, in de andere een rieten schaal met broodjes. Met diezelfde hand klemt hij een porseleinen kom met boter tussen de schaal en zijn forse buik. Zweet parelt op zijn voorhoofd. Ontbijt en diner serveert hij niet beneden in het café waar ook de keuken is, maar boven in de nis tegenover de trapopgang. Achter het café is een winkeltje. De openingstijden, vanaf 's morgens vroeg 6:00, lopen gelijk op. Regelmatig komt iemand het café binnen, bestelt een pálinka, jenever van een fruitsoort met een standaard alcoholpercentage van 52 procent,
giet dat met kleine slokjes staand naar binnen en vertrekt weer. Er wordt weinig gepraat. Vol is het er meestal niet. Tegen de muur drie tafels met banken. De bar aan de andere kant kent geen barkrukken, wel een voetstang. Achter de bar is de doorgang naar het winkeltje. In de rest van het huis woont hij met zijn vrouw, zoon, dochter, schoonzoon - wanneer deze niet in het buitenland (eerder Duitsland, nu in Engeland) werkt - en kleinzoon van een jaar of twee, zijn oogappel.


"Hij is naar mij vernoemd", zegt hij trots, "Zoals ik naar mijn grootvader." In een vorig leven was hij politieman, is nu gepensioneerd en woont tot zijn grote vreugde weer in zijn geboortedorp Lápafő. Daar is hij nu pensionhouder, café-eigenaar
en winkelier. Dit pension is voor een paar dagen ons onderkomen in de huizenjacht met als bedoeling te emigreren. De kleinzoon bepaalt het dagritme van de familie en de openingstijden. Moet hij eten, eet iedereen. Slaapt hij, is het stil in huis. Speelt hij, komt de hele familie kijken. Moet hij ergens heen verder dan het dorp, dan is daar de gloednieuwe witte Chevrolet: "Hij vindt het zo fijn om daarin te rijden, hij wordt er rustig van."


Op een dag moet de kleinzoon voor een controle naar het ziekenhuis en de Chevrolet kan het erf niet af, klemgezet door onze auto. Wij zijn niet op de hoogte van de agenda van de kleinzoon en zijn al vroeg met Stefan Wiemann, makelaar van Magyar Kúria Kft. (www.somogyikuria. info/) op huizenjacht gegaan. Op de oprit passen precies twee auto's achter elkaar en onze auto staat achter de Chevrolet. Veilig, maar onverplaatsbaar. De makelaar wordt mobiel gebeld. Maar we zijn al twee uur onderweg en er wacht nog een aantal bezichtigingen: terugrijden kan echt niet. Het gesprek gaat in het Hongaars, een vertaling volgt niet. Later zal Wiemann zeggen: "Soms is het beter zo... Hongaren kunnen heel grof zijn, maar zijn net zo gauw weer rustig. Ze hebben gewoon een zuidelijk temperament."


De rit naar het ziekenhuis gaat dan per Trabant van de schoonzoon. Die auto staat aan de weg wanneer er gasten zijn met een auto.
Terug bij het pension komt het onderwerp uitvoerig opnieuw aan bod, waarbij de belangen van de kleinzoon worden afgezet tegen
de onwetendheid van makelaar en gasten en het schema van de bezichtigingen. Na een tijdje is alles gezegd, grootvader bedaart en de kwestie wordt afgedaan met een stevig glas Hongaarse wijn.

Boshuis

Ook de tweede dag komen de huizen uit de portefeuille van Stefan Wiemann. Zijn Nederlands - gevolg van een jarenlang verblijf in Limburg - is duidelijk van Duitse origine. Zo heeft hij het over ‘ooievaren', ‘grondstukken' en dorpen die zijn ‘omgeven van bossen.' In een oude groene Ford neemt hij belangstellenden mee. Met zijn forse postuur, leren jack en blonde paardenstaart is hij een opvallende verschijning in Hongarije. De dag begint in het bos. Echt bos, met koppels herten die verbaasd opkijken en dan toch maar wegspringen, overstekende eekhoorns, zonder verharde wegen en ANWB-paddestoelen, met slingerende zandpaden vol diepe kuilen. De aangekondigde zwijnen laten zich niet zien. Nog niet zo lang geleden regende het langdurig en de snelste weg
van een kwartier naar het huis is onbegaanbaar. De alternatieve route van ruim een half uur is noodzakelijk. Een terreinwagen is
hier in zijn element. Wiemann heeft een bevriende Duitser, hij wordt voorgesteld als Wolfgang, gevraagd deze dag mee te gaan; die heeft zo'n wagen.


Het geel gestucte huis is in een Uvorm gebouwd. Het korte tussenstuk heeft een galerij. De vraagprijs is zo'n 60.000 euro. Het stuk grond dat erbij hoort, is ruim een halve hectare. Daarnaast is er nog zeven hectare extra grond met afgekochte erfpacht. Sinds 1996 kan een buitenlander geen bosgrond meer kopen, na 2014 waarschijnlijk weer wel door Europese regelgeving. Er is een put, één grote schuur en een aantal kleinere. De deuren zijn grijsachtig blauw en de vertrekken hebben nog een tegelvloer. De
ramen zijn zonder glas. Om het huis stukken bos afgewisseld met grasland en struiken. Met een flinke schoonmaakbeurt, vele liters verf en een paar handige klussers moet het huis snel al wel weer bewoonbaar zijn.


De enige buren in de wijde omtrek wonen ‘daar ergens', een Hongaar die Budapest voor gezien houdt. Van de grote schuur - oppervlakte zeker tweehonderd vierkante meter - zijn de meeste dakpannen verdwenen. Bij het vorige bezoek, een paar weken geleden, was dat nog niet zo, bespreken de mannen in het Duits. Andreas meent te weten hoe dat komt. Het huis is jaren geleden gekocht door een Oostenrijkse. Een koopje, zo weet het dorp, waar Andreas woont. De ex-man is jaloers, zegt hij, die had het zelf bij de scheiding willen kopen, maar viste achter het net. Zulke oude degelijke dakpannen brengen tegenwoordig een aardig bedrag op. Ze hebben netjes gewerkt, er zijn geen kapotte dakpannen. Inmiddels is het huis eigendom van een gepensioneerde Duitse arts, die daar met een hele dierentuin is neergestreken. In het huis moet een zwerver hebben overnacht. Kijk maar, wijst Andreas, daar sliep hij en daar was zijn toilet. Ook zo diep in het bos zijn daklozen op zoek naar een onderkomen. Een oude Lada rijdt voorbij. Daarin vier stuurs kijkende mannen. Door een achterraam is de loop van een geweer te zien. Jagers, zegt Wiemann. De sfeer krijgt opeens een sinister kantje. Hoe mooi ook op een zonnige lenteochtend, in de winter, met kou, regen en eenzaamheid zal de sfeer anders zijn. En in de winter is het al om vier uur ‘s middags donker.

Herdenking

Het volgende huis, in hetzelfde bos, is net revolutiebouw. Grijs, grauw, hoekig, niet af, nieuw en leeg. Van de douche resten nog wat tegels. Ook de vensterbanken zijn weg. Actie tegen de eigenaar, legt Andreas uit, een stroper in de gevangenis. De eigenaar kon een gedeelte van zijn straf voorwaardelijk krijgen als hij maar niet opnieuw in de bossen ging wonen. Veel meer wil hij er niet over vertellen. Dit huis staat dichter bij het dorp dan het boshuis van de Oostenrijkse, maar is even moeilijk
bereikbaar. De vraagprijs is reeds gehalveerd. Niet zover daar vandaan aan een bospad de restanten van een groot gebouw, een school. Tijdens de tweede wereldoorlog ging het front drie keer over het plaatsje heen. De bevolking was gevluchten had daarna niets meer om naar terug te keren. Ten tijde van de oorlog stonden de Hongaren aan de kant van de Duitsers, dus was Hongarije in die zin geen bezet land. Duitse troepen kwamen er pas toen de Sovjets de grens met Hongarije gepasseerd waren. Het gerucht gaat
dat Stalin persoonlijk informeerde hoe groot het gebied rond dit plaatsje wel niet was; er werd toen al maanden om gevochten.

Praktisch alles werd met de grond gelijk gemaakt. Niemand keerde terug. Niemand wil er nu meer wonen. Elk jaar houden mensen uit het dorp hier een eenvoudige herdenking.

HUF

Waar je in dorpen het gevoel bekruipt dat de inspiratie voor Het Dorp van Wim Sonneveld hier vandaan had kunnen komen, in grotere plaatsen en zeker in steden als Pécs en Budapest is dat onmogelijk. Het zijn moderne westerse steden Hongarije in Zaken | 2008 ed.13 21 versierd met oosterse sferen. Het winkelassortiment is zeker daar in grote lijnen vergelijkbaar met Nederland. Ook de prijzen. De munteenheid is de forint, prijzen worden uitgedrukt in HUF (Hungary Forint). Honderd HUF (koers 21 mei 2007) kost veertig eurocent. Het modale inkomen bedraagt gemiddeld een vijfde van westerse landen. Voor Hongaren zijn de prijzen daardoor hoog. Restaurants daarentegen zijn zeer goedkoop voor westerse begrippen. Net zo alle levensmiddelen en andere eerste levensbehoefde. Dit geldt overigens niet voor toeristische gebieden als rond het Balatonmeer. Betalen met pin is nog onbekend.
Wel komen er steeds meer geldautomaten. De euro wordt waarschijnlijk ingevoerd in 2014, zei men in vorig jaar. De Hongaarse politiek echter, beschouwde dit opnieuw als niet haalbaar. De euro zal komen, alleen kan en durft niemand meer aan te geven
wanneer. De hele economie is gewoon nog lang niet rijp voor de euro. Maar met Forinten is iedereen miljonair en dat heeft ook wel iets. In het volgende nummer van Hongarije in Zaken het tweede en laatste deel van de zoektocht.

 

Tekst: © Leidy Jelsema 2008

Eerder gepubliceerd in HongarijeinZaken editie 13. Bestellen?

 

 based on 1 votes. You need to be logged in to rate an article.

reacties

plaats een bericht

u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter