Boedapest, modern door samenwerking
Een metamorfose, dat is wat Boedapest de afgelopen periode heeft doorstaan. Toch denken veel mensen bij Boedapest aan een grijze, grauwe, Oost Europese stad. Een stad waar je twintig jaar terug in de tijd gaat. Niets is minder waar. Boedapest is momenteel een van de meest bruisende en culturele steden van Europa. De stad heeft veel geschiedenis en cultuur en sinds de toetreding tot de EU wordt dit alles weer prachtig in ere hersteld. Daarnaast is de stad ook sterk in opkomst in het bedrijfsleven. In dit artikel wordt van een aantal markten het zakelijke perspectief uitgelicht om antwoord te krijgen op de volgende vraag. Waarom op zakelijk gebied samenwerken met Hongarije?
Boedapest gaat mee op de stroom van de moderne tijd en loopt steeds vaker voorop. Het cliché dat je er geweest moet om het zelf te ervaren werd laatst nog bevestigd. Toen we eerder deze maand een presentatie mochten bijwonen van een groep studenten die er voor een week geweest was viel ons een "keynote" in de resentatie op. "In Boedapest is nog veel te zien uit de Sovjet tijd" de beargumentering was echter nog verrassender. De hele studiegroep had na een drukke week toch een enorme positieve indruk van Boedapest gekregen. Hierbij was bijna vergeten dat de Russische overheersing alweer achttien jaar voorbij is. Ze kregen een onbeschrijfelijk gevoel bij het rondlopen in deze wel heel bijzondere stad die ruim tweemaal zoveel inwoners heeft dan "hun" hoofdstad.
Boedapest bewees zich weer met haar rijke culturele erfenis, in monumentale gebouwen, bruggen, villa's en tuinen. Je bent nooit ver van een interessant museum, een mooi park of een gezellig restaurant. Kortom, Boedapest heeft steeds meer te bieden en is prachtig herbouwd en wordt steeds verder gerestaureerd om nog meer mensen positief te verrassen. Niet alleen de Hongaren beschouwen daarom Boedapest als mooiste stad van Europa.
Hongarije's hoofdstad ligt in het midden van Hongarije, ongeveer 250 km ten zuidoosten van Wenen. De Donau, levensader van Centraal Europa, deelt de stad in twee delen: Buda en Pest. Heuvelachtig Buda met z'n middeleeuwse straatjes ligt op de westoever; de boulevards van het mondaine Pest aan de oostkant. Waar je ook bent, het uitzicht is bijna altijd mooi. Beroemd is de Kettingbrug (Széchenyi lánchid) die de beide stadsdelen met elkaar verbindt. Boedapest bestaat eigenlijk pas sinds 1873. Toen gingen de woonwijk Buda en het historische Óbuda (Oud-Buda) op de westoever van de Donau officieel samen met industrieel Pest aan de oostkant. Veel van het hedendaagse Boedapest werd in die periode gebouwd, waaronder het Parlementsgebouw en de Matthiaskerk. In 1896 kreeg de stad de eerste ondergrondse spoorweg van Europa. Begin twintigste eeuw was Boedapest al een Europese stad van betekenis.
Margaretha-eiland
Achter de noordelijkste brug van Boedapest, de Margaretha-brug, ligt het Donau-eiland Margaretha (Margit-sziget). Er zijn kuuroorden, sportfaciliteiten, een zwembad, een openluchttheater, een kloosterruïne en een Japanse tuin. In de zomer kun je er een fiets huren of de schaduw opzoeken onder één van de 10.000 oude bomen die er zijn. Twintig procent van de bevolking van Hongarije woont in Boedapest. Boedapest is hiermee duidelijk het centrum van het land. Het Hongaars behoort tot de Finno- Ugric-taalgroep waar ook het in onze oren minstens zo vreemde Fins onder valt. Met Duits of Engels kom je een heel eind, waarbij vooral de jongere generaties een voorkeur voor het Engels hebben. In Boedapest zie je een leuke mengeling van Turkse, Venetiaanse en Jugendstilinvloeden die samengaan met hedendaagse architectuur.
Opmerkelijk is bijvoorbeeld het Hilton-hotel waar tussen modern beton en glas een 13e eeuwse Gotische kerk en een 17e eeuwse voorgevel te zien zijn. In de stad zijn meer dan zestig musea, vele theaters, operagebouwen, concertzalen enzovoort. Deze zijn na de communistische tijd nieuw leven ingeblazen. Nieuw zijn de filmhuizen en galeries. Boedapest heeft ook de naam als festivalstad van Centraal-Europa hoog te houden. Zo is er het grote internationale Sziget festival in augustus. De tijd dat je in Boedapest je spijkerbroek of panty ruilde voor lokale spullen, is voorgoed voorbij. Het leven in de stad is er intussen niet goedkoper op geworden, maar gelukkig zijn er nog volop artikelen die je nog voordelig kan kopen. Vermijd dan met name de winkels in het toeristische Kasteeldistrict. Belangrijkste winkelstraat is de roemruchte Váci utca in Pest en de brede winkelstraten daar omheen. Hier kun je terecht voor beroemd design, mode, antiek, muziek, juwelen en glaswerk, tegen normale tot hoge prijzen.
Industrie algemeen
De industriële groei in Hongarije ligt de laatste jaren rond 8%. Niet in de laatste plaats komt dit door de steeds verdergaande modernisering van de Hongaarse economie. De vraag naar productiegoederen neemt daardoor sterk toe en dat is goed voor de Nederlandse export naar Hongarije. In 2000 werd er al voor meer dan 800 miljoen euro aan machines vanuit Nederland naar Hongarije geëxporteerd. De Hongaarse industrie richt zich steeds meer op de export. Ook veel buitenlandse investeerders zetten fabrieken op om van daaruit te exporteren. De industriële sector groeit op dit moment sneller dan de landbouw of de dienstensector en is in feite de motor achter de economische groei. De consumentenelektronica en de auto-industrie zijn de hardst groeiende sectoren. De industriële productie groeit hard, door de gunstige geografische ligging in Europa en de goed geschoolde arbeidsmarkt. De meeste industrie is geconcentreerd in en om Boedapest. Andere industriegebieden zijn: Borsod: hoogovens, machine-, chemische, glas- en cementindustrie Salgótarján: bruinkolen, metaalwaren, machines, glas Gyöngyös: ligniet, lood, zink en andere non-ferrometalen, cement Dorog- Tokod: bruinkolen, aluinaarde, machines, glas, chemische artikelen en cement Tatabánya-Oroszlány: bruinkolenmijnen, aluminiumsmelterij en cementindustrie Gyõr-Komárom: aluinaarde, machine-, chemische, textiel- en agrarische industrie Székesfehérvár-Várpalota-Veszprém: bruinkolenmijnen, aluminiumsmelterij en - walserij, machine-, chemische, keramische, papier- en leerindustrie Herend: porselein.
Landbouw en veeteelt
Rond 1960 werd de kleinschalige landbouw omgevormd tot het Sovjetmodel met grote staatsboerderijen en grote coöperaties. Bijna 90% van het land werd staatseigendom en 94% van de landbouwers werkte voor de staat. Dit werkte echter niet goed en de structuur werd behoorlijk veranderd. De meeste productie werd overgelaten aan het inzicht van de lokale besturen. Zo werden de collectieve boerderijen weer gedeeltelijk autonoom en bleef er in de provincies een soort van vrij ondernemerschap bestaan. De samenwerking tussen de coöperaties en de privé-productie bleek goed te werken. De overstap naar de vrije markteconomie, begin jaren negentig, was voor de kleinschalige landbouwbedrijven niet zo groot. Voor de grootschalige staatsbedrijven brak echter een moeilijke tijd aan. Door de jarenlange subsidiëring van deze bedrijven was mismanagement, kapitaalvernietiging en gebrek aan efficiëntie schering en inslag. De omschakeling leidde hier dan ook tot een groot verlies aan arbeidsplaatsen en er zijn op dit moment circa 200 landbouwcollectieven geliquideerd.
De bedoeling is dat alle staatsboerderijen moeten worden geprivatiseerd. Door het gunstige klimaat en de vruchtbare landbouwgronden is de landbouw nog steeds een belangrijke economische sector. Opmerkelijk is daarbij dat Hongarije zelfvoorzienend is in bijna alle gewassen. De belangrijkste producten zijn granen, maïs, rijst, groenten en fruit. Daarnaast wordt er op grote schaal suikerbieten en zonnebloemen geteeld. De gewasopbrengst steeg in 2001 met 17% in vergelijking met het jaar 2000. Van de 4,7 miljoen hectare landbouwgrond wordt circa 50% effectief gebruikt. 60% van de landbouwgrond wordt door particuliere eigenaren bewerkt en 80% van de boerenbedrijven heeft een areaal van minder dan één hectare. De landbouw heeft rond 2000 ernstig te lijden gehad onder grote droogte, gevolgd door overstromingen, en duizenden kleine boerenbedrijven zijn toen failliet gegaan. In de veeteelt heeft Hongarije zich op het fokken en mesten van slachtrunderen toegelegd, voornamelijk voor de export naar landen van de Europese Unie. Het economische transformatieproces leidde onder meer tot een sterke prijsstijging van het veevoeder. Het Hongaarse vlees werd daardoor duurder wat weer een terugval veroorzaakte in de internationale vleesafzet. Door dit alles is de veestapel sinds 1990 sterk afgenomen maar deze is aan het stabiliseren.
Mijnbouw en energievoorziening
Hongarije is arm aan grondstoffen en de mijnbouwsector is dan ook van beperkte betekenis. In 1986 werd de laatste ijzerertsmijn gesloten, waardoor alle ijzererts ingevoerd moet worden. Steenkool wordt gedolven bij Pécs (tevens de vindplaats van uraan) en Komló, bruinkolen bij Ajka (Bakonywoud), Tatabánya (Vértesgebergte), Dorog, Tokod en in de provincie Borsod-Abaúj- Zemplén. De steenkool moet op grote diepte gedolven worden en dat maakt de steenkool duur. De kolenproductie vertoont dan ook al jaren een dalende lijn, tot minder dan 70% van de productie van 1989. Aardolie wordt gewonnen in de provincie Zala en in de Mátra- en Bükkheuvels, aardgas in Oost-Hongarije en Zala. De belangrijkste delfstof is echter bauxiet, bij Gánt in het Vértesgebergte, Iszkaszentgyörgy en in het Bakonywoud. Ook de bauxietmijnen verkeren in een crisis. In vergelijking met 1989 is in de periode 1995-2000 60% minder geproduceerd. Bruinkool wordt voornamelijk als brandstof gebruikt in energiecentrales; er bevinden zich stuwdammen in de Raab, Donau, Hernád en Tisza. Bij Paks is een kerncentrale.
Door het gebrek aan natuurlijke grondstoffen wordt circa 50% van de totale hoeveelheid benodigde energie geïmporteerd. Hongarije voorziet voor circa 25% in de eigen oliebehoefte. Om minder afhankelijk te zijn van de olie worden bijvoorbeeld oliegestookte elektriciteitscentrales omgebouwd naar kolengestookte centrales. Kernenergie voorziet ook voor circa 25% van de totale Hongaarse elektriciteitsopwekking. De productie uit de huidige vier verouderde centrales loopt echter steeds verder terug en nieuwe centrales zullen niet meer gebouwd worden. Ook het probleem van het nucleaire afval is nog steeds niet opgelost. De totale voorraad aan steenkoolreserves wordt geschat op 700 miljoen ton; 100 miljoen ton daarvan is economisch winbaar. De voorraden bruinkool zijn nog vele malen groter: circa 700 miljoen ton in bestaande mijnen en 3,7 miljard ton aan reserves die te exploiteren zijn. In de periode 1998-2000 bedroeg de totale kolenproductie circa 14,5 miljoen ton. De Hongaarse olie- en gasreserves liggen in de Alföld-regio. De oliereserves worden geschat op 58 miljoen ton en de gasreserves op 113 miljard m3. In 2001 bedroeg de productie van olie 1,8 miljoen ton en de productie van aardgas 3,5 miljard m3. Driekwart van de benodigde olie wordt geïmporteerd, in 2001 7 miljoen ton, met name uit Rusland.
Bouwindustrie
Na industrie, landbouw en handel is de bouw qua omvang de vierde sector in Hongarije. Ongeveer 5% van de beroepsbevolking werkt in de veelal particuliere bedrijven. De grote Hongaarse bouwondernemingen richten zich door een gebrek aan grote binnenlandse opdrachten, op het buitenland. In 2001 werden 28.000 nieuwe woningen gebouwd en 48.000 bouwvergunningen verleend. Door een toenemende vraag naar kantoorruimtes namen de bouwactiviteiten in deze sector ook sterk toe. De weg- en waterbouw kent de laatste jaren geen spectaculaire groei, maar door grote projecten die op stapel staan, zal dit de komende jaren zeer waarschijnlijk gaan veranderen. Er is ook een grote vraag naar nieuwe opslagruimten en distributiehallen door het streven van Hongarije om zich te ontwikkelen tot hét regionale transportcentrum met een distributiefunctie.
Verkeer en infrastructuur
De gebrekkige infrastructuur heeft nooit veel aandacht gekregen van de Hongaarse overheid, met als gevolg dat spoorwegen, wegen en telefoonverbindingen sterk verwaarloosd waren. Speerpunt van beleid is nu herstel en uitbreiding van het wegen- en spoorwegennet omdat Hongarije voor zichzelf graag een rol ziet als transport- en distributiecentrum van Midden- en Oost-Europa. Er worden op dit moment nieuwe snelwegen aangelegd en spoortrajecten gemoderniseerd. Men is al ver van plan om het snelwegennet met 600 kilometer uit te breiden en aan te sluiten op het Europese snelwegennet. Dat is ook wel nodig door het toenemende vrachtverkeer en gezien het aantal personenauto's per 1000 inwoners, dat steeg van 188 in 1990 tot 244 in 2001. Hongarije bezit circa 30.000 kilometer wegen (waarvan ruim 270 kilometer autosnelweg), bijna 8000 kilometer spoorweg (waarvan 2184 kilometer geëlektrificeerd), ruim 1600 kilometer bevaarbare waterwegen en bijna 7000 kilometer pijpleiding (twee aardolieleidingen en een gasleiding zorgen voor een verbinding met Rusland). Goederentransport vindt steeds meer over de weg plaats door een groot aantal kleine transportbedrijfjes.
In het personenverkeer nemen de spoorwegen de belangrijkste plaats in, gevolgd door streekbussen. personenvervoer in de periode 1995-1999 van 8,4 tot 9,5 miljard passagierskilometers. Door het achterblijven van uitbreiding en modernisering, zijn de spoorwegen op dit moment voor passagiers een minder efficiënte transportmiddel. Transporten vinden inmiddels steeds meer via de spoorwegen plaats zoals Hungarosteeds meer over de weg plaats. Sinds 1970 is er binnenlandse luchtvaart. De Hongaarse luchtvaartmaatschappij Malév heeft als thuishaven het vliegveld Ferihegy (2A en 2B) als één van de modernste in Midden- Europa. Vanaf 2005 zijn er nu drie internationale luchthavens in Hongarije, naast Boedapest, Debrecen en Sármallék. Uitbreidingen zorgden voor een verdubbeling van de capaciteit van Ferihegy en blijft met kop en schouder boven de andere luchthavens uitsteken.
Bron: Team HiZ - EVD
Eerder gepubliceerd in HongarijeinZaken editie 13. Bestellen?
Subscribe



reacties
plaats een bericht
u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren
Login - Registratie