Nederlands - Nederland
inZaken  »  Hongarije  »  Archief
 

Boedapest: Werk aan de winkel onder de grond

Article hasn't been rated yet. You need to be logged in to rate an article.

Gepubliceerd door: Hidde van Erp Gepubliceerd op: Thursday 15 October 2009, 10:32

Hongarije (algemeen) het functioneren van het openbaar vervoer Het is slechts een vergelijking, projectie zal ik maar zeggen, waaruit mensen in de regel een steunpunt halen: ‘ja maar bij ons gaat het zo’, zeggen de meeste ‘wereldburgers’ alhier gearriveerd. Toch kan het functioneren van het openbaar vervoer hier de vergelijking met welk land dan ook gemakkelijk doorstaan en is uitermate goed geregeld. Het is daarnaast betaalbaar, bijzonder punctueel en ook nog geweldloos.

 

Treinen en bussen brengen u tot aan elke uithoek van dit land tegen redelijke prijzen, in redelijke comfort en in een open atmosfeer. Geen rijdende gevangenissen, steriel en kil, zoals bij ons. Websites, ook in het Engels, met dienstregelingen en kosten vindt u voor de (inter)nationale treinen op www.elvira.hu en voor de (inter)nationale bussen op www.volanbusz.hu. Het enige wat men er tegen kan zeggen, is dat in de late avond reizen niet echt ideaal is Het is een vroeg land in vergelijking met Nederland . Vroeg gestart betekent overal betaalbaar en op tijd gearriveerd.

 

Boedapest: de rol en betekenis van het openbaar vervoer Het openbaar vervoer in de metropool Boedapest, de spil van het land met haar mondiale uitstraling, is van essentieel belang voor een heel groot deel van de naar schatting, afhankelijk van de geraadpleegde bron, 1.6 miljoen inwoners plus de dagelijkse stroom forensen en toeristen. De trams, bussen en metrolijnen maken een onmisbaar onderdeel uit van de mobiliteit in deze wereldstad. Het enige minpunt van deze drie transportvormen is dat de prijzen voor de gemiddelde Hongaar aan de hoge kant liggen: €1.10 voor een enkele rit is, gelet op het gemiddelde Hongaars maandinkomen, best aan de hoge kant. Let wel het gaat hier over de prijzen in Boedapest, niet over de transportprijzen van het nationale openbaar vervoer. De drie eenheid (trams, bussen, metro’s) zorgt gezamenlijk voor een welhaast unieke ontsluiting van deze grote stad. Uniek in ieder geval ten opzichte van de grotere steden in ‘onze landen’. Op vrijwel alle terreinen waaronder frequentie (slechts een paar minuten wachten), aansluitingen, prijzen, vriendelijkheid van werknemers en verkrijgbaarheid van kaartjes blijven onze steden heden ten dage ver en ver bij Boedapest achter.

 

Een bezoek aan Boedapest met een auto is feitelijk af te raden. De stad wordt dagelijks ingeredendoor ongeveer 600.000 auto’s en is daar helemaal niet op gebouwd. Files, luchtverontreiniging, gebrek aan parkeergelegenheden, die steeds vaker betaald moeten worden en steeds duurder worden, en ook nog het merkwaardig riskante rijgedrag van vele Hongaren, zorgen alleen maar voor ergernissen. Het openbaar vervoer is het antwoord voor een bezoek aan deze stad en dat geldt ook voor de honderdduizenden inwoners en forensen die daarvan dagelijks afhankelijk zijn. Met en voor die laatste twee grote, en steeds groter wordende, groepen kan men iets moois doen met als kernpunt de metrostations.

 

Metrolijnen, hun stations en winkelfunctie Vanaf nu richten we ons alleen nog maar op de metro’s van Boedapest en haar stations. Momenteel beschikt Boedapest over 3 metrolijnen. Benoemd als M1, M2 en M3. M1 (de tweede aangelegde metrolijn in Europa, Moskou was iets eerder) laten we verder buiten beschouwing aangezien die voornamelijk een toeristische attractie is. M2 en M3 vormen samen de metroslagaders door deze stad. Feitelijk vormen ze samen een kruis door de stad (hoofdzakelijk door het gedeelte dat men Pest heeft genoemd) met als ontmoetingsstation het in het centrum van Boedapest gelegen Déak tér waar ook M1 een halte heeft. Gezamenlijk verbinden de metrolijnen, razendsnel en frequent, de trein hoofdtreinstations, de grote busstations, de talloze toeristische attracties, kantoorwijken, woonwijken, winkelcentra en markten. Kortom, een slagader die welhaast onzichtbaar miljoenen mensen per jaar vervoert en deze mensen worden zichtbaar op de locatie waar men in- en uitstapt. De metrostations dus.

 

Feitelijk zou men de grotere metrostations, en dat zijn er heel wat, goed kunnen vergelijken met de grotere treinstations in bijvoorbeeld Nederland, als Amsterdam CS en Utrecht CS: elke dag bomvol met bezoekers en reizigers. De grotere metrostations beschikken over talloze winkeltjes die een schier oneindig assortiment aanbieden. Een niet aflatende bron van leven met duizenden potentiële klanten die niet naar een locatie ‘gelokt’ hoeven te worden. Wat u met deze duizenden dagelijkse voorbijgangers doet ligt voornamelijk in uw handen en daar is iets (meer) mee te doen. Een versoepling van de vestigingswet en de nieuwe metrolijn. Alvorens we verder gaan met wat te doen op de metrostations eerst enkele goede berichten.

 

Allereerst wordt er eind september / begin oktober 2009 een nieuwe wet door het parlement aangenomen. Deze is mede onder druk van Brussel gevormd. Hoofdpunt is dat er enorme versoepelingen komen ten aanzien van vestigingseisen, vestigingsvergunningen, het vereenvoudigingen van de verplichte administratie en afschaffingen van bepaalde vormen van belasting indien men hier een winkel opent. Die versoepelingen gelden overigens niet voor alle vormen van detailhandel. Zo blijven ondernemingen als slagerijen (bederfelijke waren) en apothekers buiten schot met betrekking tot het verkrijgen van deze ontlasting qua vergunningen; een vrij logische gedachte.

 

Ten tweede is de nieuw metrolijn M4 in aanbouw. Zoals overal gebruikelijk met dat soort grote projecten wordt er geschoven met de opleveringsdatum en zijn er budgetoverschrijdingen. Toch betekent dat er een flink aantal nieuwe metrostations bijkomt met nog onbezette winkels. Mogelijkheden te over dus, nog afgezien van overnames van reeds bestaande winkels op metrostations. Het is nu is de tijd om zich reeds te gaan oriënteren op de mogelijkheden (inschrijvingen) op de nieuwe metrolijn.

 

Wat te doen op de bestaande en nieuwe metrostations ?Zoals eerder aangegeven bieden de winkels op de grotere metrostations een groot assortiment aan: kleding, muziek, sieraden, kranten en tijdschriften, brood– en banketbakkerijen , allerlei vormen van snacks en fast food, drankgelegenheden, kleine levensmiddelenwinkeltjes, lotto- en postkantoren en ga zo maar door. Waar we ons bij deze op richten zijn met name de snack en fast food-winkeltjes, alhier ook wel bufe’s genoemd. Fast food is reeds jaren een ingeburgerd begrip. De bekende multinationals zijn daar voornamelijk debet aan en door het gehele land zijn zij dan ook prominent aanwezig. Graag wijs ik u erop dat hun prijzen (over de kwaliteit heb ik het niet) voor een gemiddeld Hongaars maandinkomen behoorlijk aan de hoge kant liggen. En toch schijnt het hen goed te gaan. Diezelfde multinationals laten zich vooralsnog niet op de metrostations zien maar bij elk groot station kan men hen dichtbij, maar dan bovengronds, vinden.

 

Ondergronds nemen relatief kleine uitbaters van privéwinkeltjes (bufé’s dus) hun honneurs waar. De doelgroep is de reizende, staand en/of verder wandelende consumerend en ogenschijnlijk niet al te kritische (zie later), klant.. Opvallende zaken voldoende aan deze bufé’s. Allereerst zijn ook aldaar de prijzen gerust aan de hoge kant te noemen. Voorts is de kwaliteit van de verkochte producten zeer matig te noemen. In de regel bestaat het assortiment uit pizzaslices, patat, hotdogs, hamburgers, belegde broodjes, dranken van de bekende multinationals en koffie. Pizzaslices van matige kwaliteit, net als de matige patat, worden warm gehouden onder lampen waardoor er uitdroging plaatsvindt. De broodje hotdogs zijn ook van matige kwaliteit en het worstje erin, als u het kan vinden, bestaat voornamelijk uit meel en vocht. De hamburgers doen het kwalitatief gezien niet beter en bedekken slechts een klein gedeelte van het broodje dat voornamelijk uit sauzen bestaat. De belegde broodjes zien er vaak aan hun voorzijnde uit als rijkelijk belegd maar vanaf het middengedeelte proeft u slecht(s) brood. De koffie is ronduit slecht te noemen. Patat wordt geleverd op een kartonnetje (leuk om mee te lopen). Een servetje voor de, als niet uitgedroogd, redelijke vette en met veel sauzen geleverde producten bestaat uit één laagje papier (een ‘eau de cologne’ tissue misschien voor de verder reizende klant?) en zout en peperpotjes zijn een verzamelplaats van vingerafdrukken, vet en bacteriën.

 

De iets betere, grotere, bufé ‘s bieden verder ook nog gebraden worsten, kippenbouten en dat soort zaken aan, maar ook daar dreigt de uitdroging onder de lampen. Al heeft de grote hoeveelheden vet waarin ze zijn gebakken en waaruit ze bestaan een beschermende werking op de uitdrogingsverschijnselen. Voorts ziet men nergens een ondernemer die bijvoorbeeld een tijdelijke prijsactie doet of een nieuw – ander product introduceert met een kennismakingsactie als ondersteuning. Qua inrichting komen de bufé’s slonzig en rommelig over en zijn in de regel niet efficiënt ingedeeld naar het werk voor het personeel toe en / of volgorde van de meeste omzetmakende producten. Prijzenlijsten (alleen in het Hongaars) zijn goedkoop en slordig in elkaar gezet en vitrines zien er vaak ongecontroleerd en vettig uit.

 

Kortom, een beetje ondernemende geest die aldaar een schop ‘onder’ de grond weet te krijgen heeft een heleboel te winnen. Indien men er ooit in zou slagen een aantal van dit soort winkels onder de hoede te krijgen dan ...de rest van de tekst en het gehele artikel in volledige vorm (met illustarties en fotomateriaal) is te vinden in Hongarije in Zaken editie 17.

Dit artikel meent niet te pretenderen volledig te zijn, noch alle bufé’s over één (vette) kam te willen scheren en bovendien is het een subjectieve waarneming.

 

Bron en meer informatie bij Anton Wetters

acwetters@hotmail.com

Article hasn't been rated yet. You need to be logged in to rate an article.

reacties

plaats een bericht

u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter